Milou Ottens, Loppersum:

“Waarom is onderzoek naar de ondiepe ondergrond belangrijk?”

Onderzoek ondiepe ondergrond

Een huis of gebouw op zandgrond beweegt tijdens een aardbeving heel anders dan een huis op klei- of veengrond. Milou Ottens (9) uit Loppersum wil later archeoloog worden. Zij wil graag meer weten over het onderzoek naar de ondiepe ondergrond. Ze bezocht geotechnisch onderzoeksbedrijf Wiertsema & Partners in Tolbert en vroeg onderzoekers Gert Berghuis, Tonnie Veldman en Andre Dijkhuis het hemd van het lijf.

Milou zit op de Prinses Beatrixschool in Loppersum. De school verhuisde in 2015 naar een nieuw, tijdelijk en aardbevingsbestendig pand. Vóór de nieuwe school gebouwd werd, haalde geotechnisch onderzoeksbedrijf Wiertsema & Partners bodemmonsters uit de grond voor onderzoek.

Geologisch model

Het onafhankelijk kennisinstituut Deltares onderzoekt de ondiepe ondergrond onder het Groningen-gasveld. Deltares bracht deze ondiepe ondergrond, onder andere met hulp van Wiertsema & Partners minutieus in kaart en bouwde, samen met TNO, een geologisch model.

Het geologisch model brengt alle aardlagen en hun karakteristieke kenmerken gedetailleerd in kaart, toont hoe de ondergrond is opgebouwd en geeft ook weer in welke volgorde de grondlagen zijn afgezet door bijvoorbeeld rivieren.

Aan de hand van het geologisch model zijn inmiddels 200 gebieden boven het Groningen-gasveld gemarkeerd op een zogenoemde ‘vlekkenkaart’. Elk gebied heeft unieke eigenschappen voor het doorgeven van trillingen.

Gert Berghuis staat Milou al op te wachten bij het kantoor van Wiertsema in Tolbert. Zodra ze binnenstapt, neemt hij haar mee. Ze hebben een druk programma voor de boeg. Allereerst lopen ze naar een koelcel waar de bodemmonsters uit Loppersum bewaard worden. “De temperatuur hier is ongeveer gelijk aan de temperatuur in de ondergrond, 10 of 11 graden celcius.”

“We willen alles weten van de aardlagen in de ondiepe ondergrond”

De grond is in holle stalen buizen uit de bodem gehaald. “Kijk, je ziet verschillende lagen in de buis zitten”, wijst de onderzoeker. “Dat is zand, slappe klei en daaronder zit hele stevige, harde grond.” Milou loopt mee naar een volgende ruimte. Daar wordt getest hoeveel water er in de grond zit. “Waarom testen jullie dat”, vraagt Milou nieuwsgierig aan Tonnie Veldman.

“We willen graag weten of het slappe grond is of het hele stevige, harde klei”, legt Tonnie uit. “We testen bijvoorbeeld ook hoeveel kracht er nodig is om de grond in te drukken. Op harde, stevige grond kan je zonder problemen een groot huis bouwen. Dat huis zal niet wegzakken. Maar wil je bijvoorbeeld een huis bouwen op slappe grond, dan moet je maatregelen nemen. Dat geldt niet alleen in Groningen. Het is in heel Nederland gebruikelijk om bodemonderzoek te doen voordat er gebouwd wordt.”

“We weten straks precies waar, wanneer en hoe huizen versterkt moeten worden”

Milou ziet een hoge stapel glanzende zandzeven staan. “Deze ken je misschien nog wel van de kleuterschool”, grapt Andre Dijkhuis. “Hiermee bepalen we de korrelgrootte van zandlagen. Hoe lager op de stapel, hoe fijner de zeef. In de bovenste bak blijven alleen de hele groffe zandkorrels liggen, terwijl het zand in de onderste bak heel erg fijn is.”

Veilig wonen

De kennis dat een huis op zandgrond staat, of op klei, is belangrijk maar niet voldoende. Voor veilig wonen is het ook van belang te weten wat het effect van een aardbeving is op die verschillende grondsoorten. Of hoe een aardbevingstrilling verandert als deze tijdens een beving door de ondiepe ondergrond naar de oppervlakte beweegt.

Deltares koppelde het geologisch model daarom aan gegevens over de aardbevingstrilling uit de diepe ondergrond. Zo berekenen ze het effect van een beving op drie kilometer diepte op grondsoorten aan de oppervlakte.

Dankzij dit rekenwerk weten we voor elk van de 200 gebieden boven het Groningen-gasveld wat het effect is van een beving. Met die informatie kan de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) straks bepalen waar, wanneer en hoe huizen en gebouwen versterkt moeten worden.

Stevige klei

“Maar wat heeft u nu precies geleerd van de bodemmonsters die u vlakbij onze nieuwe school hebt genomen”, vraagt Milou. “We namen verschillende monsters op twintig meter diepte. We weten nu precies welke aardlagen er onder de school liggen. Dat geven we door aan aardbevingsdeskundigen. Met die informatie kunnen zij weer verder. De grond onder jullie school is trouwens hele stevige klei”, zegt Andre. “Prima grond om een groot gebouw op te bouwen.”

Captioned image
Samen naar School

Een filmploeg volgde Milou tijdens haar bezoek aan Tolbert en verwerkte dit in de korte documentaire ‘Samen naar school’. Een film voor én door leerlingen van twee basisscholen uit Loppersum, CBS Roemte en OBS Prinses Beatrixschool.

De filmmakers van Moomba!Media vroegen de leerlingen van deze twee scholen opstellen over te schrijven over aardbevingen, veiligheid, aardbevingsbestendiger bouwen, verhuizen van de school en over het samengaan van de twee scholen. De filmmakers filmden de mooiste verhalen, zoals onder andere het verhaal van Milou Ottens.